zondag 11 juni 2017


Positivo – met dank aan het Universum!

Enige tijd geleden ben ik ingegaan op de uitnodiging van Josje de Klerk om lid te worden van haar besloten Facebook-vriendengroep “Succesvol wensen”. Wij kennen elkaar via Het Bergens Nieuwsblad, waarvoor zij regelmatig columns schreef, zoals ik dat nog steeds doe. Zij wilde meer tijd besteden aan haar “Wensenmagazijn” en dat doet ze uiterst consequent en met hart en ziel. Kort door de bocht gaat het er in haar Wensenwinkel om, dat je positief in het leven moet staan wanneer je je dromen wilt realiseren. Je moet de dingen niet alleen wensen, maar het helemaal vóór je zien, alsof je het beste van het beste gewoon al bereikt hebt. Het Universum realiseert alles wat je wil, met een vanzelfsprekendheid, alsof je met een winkelkar door het leven loopt en alle benodigdheden gewoon pakt en afrekent bij de kassa. Zeg nou zelf: dan vertrouw je er toch ook op dat dit hele proces zo werkt? Halverwege de winkel liggen de door jou gepakte boodschappen nog altijd in die winkelkar. Het systeem werkt in op je onderbewustzijn en daarom dien je alles op een bevestigende manier te formuleren. Dus niet: “O, jee, het is druk. Nu kan ik vast en zeker géén parkeerplaats vinden!” maar: “Lekker druk vandaag! Toch weet ik zeker dat ik zó een prachtige parkeerplek vind.” Dit voorbeeld noem ik, omdat ik op deze wijze al zo’n 25 jaar zeer succesvol overal mijn auto moeiteloos neerzet. Alles draait eigenlijk om Vertrouwen. Met hoofdletter!

Iets soortgelijks staat in een boek dat in veel talen is verschenen en dat een enorme bestseller was: “The Secret”. Het ligt op mijn nachtkastje. En laat ik nou ook in 2015 de principes, zoals Josje ze presenteert en zoals ze omschreven staan in dit handzame boek zeer succesvol hebben toegepast? Terwijl de opgave werkelijk bijna on-mo-ge-lijk was!  

De afgelopen maanden kon ik desondanks haar positieve peptalk goed gebruiken en ik ben haar dan ook erg dankbaar voor de manier waarop zij me onbedoeld blééf richten op de wensen die ik voor ogen had gedurende een te lopen weg die ik niet vrijwillig gekozen had, maar die ik toch moest gaan. Onder die gegeven omstandigheden is het gemakkelijk mogelijk, dat je verdwaalt in een doolhof van emoties en hup – dan verscheen er via Facebook weer zo’n bericht dat me met de neus op de positieve feiten drukte. Het leuke was dat er een – wat men noemt – synchroniciteit begon te ontstaan tussen ons tweeën, gebeurtenissen die als het ware als vanzelf elkaar opvolgden of tot stand kwamen. We noemen dat “toevalligheden” maar eigenlijk vallen die dingen je dan gewoon toe, omdat het nu eenmaal zo bedoeld is.

Op 11 juni was Jos jarig. Dus ik dacht: haar via de digitale wegen feliciteren is leuk, maar ik fiets straks even langs haar huis en zet een kleinigheidje voor haar neer. Aandacht maakt alles mooier, zeker in het echte leven. Een boeketje lag voor de hand, maar stel dat zij en haar gezin erop uitgetrokken waren? Het was ’s zomers warm, bloemen zouden dat niet overleven. Vreemd genoeg stonden de aangeboden planten me niet aan. Was het dan niet de bedoeling mijn plan te verwezenlijken? Raar! Ik had het allemaal voor me gezien: mijn fietstas met daarin een attentie, de tocht naar haar huis, de voordeur waar ik “het” stiekem zou neerzetten, lekker in de schaduw. En nu vónd ik niets?! In mezelf mompelde ik: “Als het de bedoeling is dat ik vandaag nog aandacht geef aan Josjes verjaardag, zie ik iets dat helemaal bij haar past!” Op dat moment zag ik achter een stenen pot een stuk van een rechthoekig metalen tekstbord: “I rejoice other people’s successes because I know there is plenty for everyone”. Helemaal Josje, dacht ik. Zelfs dat Engels. Als iemand een ander iets gunt, is zij het wel. Er is meer dan genoeg voor iedereen, is ook mijn overtuiging. Hebbes! Binnen vond ik een kleine witte orchidee in een bakje met een hart. De bloemist (die vertelde er absoluut geen flauw benul van te hebben, dat hij een dergelijk tekstbord überhaupt in de verkoop had) was bereid het in te pakken naar mijn wens. We deden dat gemoedelijk samen. Kaartje eraan, afrekenen. Klaar! “Oeps,” merkte ik en passant op. "Nu moet dit wél de tocht in mijn fietstas  overleven!” Waarop de bloemist, alsof hij bij Josje in de leer geweest was, zei: “Kom op, dat gaat jou lukken, daar moet je dan gewoon op vertrouwen, hoor!” Thank you, Universe, zou Jos zeggen… Dat bedankje kreeg ík, via diverse digitale wegen. Mét foto! Waarvoor dank :-)

zaterdag 18 maart 2017


Janneke

Enige tijdgeleden doorkruiste ik supermarkt Deen en kwam ik tot mijn blijdschap mijn oud-leerlinge Janneke tegen. Als lerares handenarbeid, tekenen en gezondheidskunde (het vak dat kort tevoren nog gewoon kinderverzorging en -opvoeding heette) was ik verbonden aan een school voor Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs in het dorp Roelofarendsveen, “onder Schiphol” en niet ver van Leiden. Een schoolsysteem dat nooooooit had mogen verdwijnen en een leerling, zoals je er twintig in een dozijn zou willen. Hoezo kleinere klassen? Direct na de basisschool stroomde zij in en gedurende vier jaar volgde ik haar ontwikkeling en vorderingen en zij mijn lessen, wellicht met net wat minder plezier, maar ja..., school blijft altijd school.

We hebben het hier over lang geleden, toen ik veel jonger was dan Janneke nu. Haar ontmoette ik vele jaren na die periode in Bergen, toen ik daar fitnessinstructeur was in De Beeck en terwijl ik dit typ, realiseer ik me, dat het wel bijzonder is, dat ik Janneke zoveel onder mijn hoede mocht instrueren. Het duurde destijds even voordat ik haar überhaupt herkende, al had ze vanaf dat ze begon met fitnessen iets over zich dat me vaag vertrouwd voorkwam. Toen ik op een dag toch eens keek hoe haar achternaam luidde, viel het muntje en vroeg ik haar of ze uit Roelofarendsveen kwam. Ze knikte bevestigend en zei, dat ook ik wel iets had dat haar aan iemand herinnerde. Zodra ik mij bekendmaakte, lachte ze en riep ze al cardio trainend op het stepapparaat: “Oooo, ja, juf Ecury! Streng maar rechtvaardig!” En we moesten hartelijk lachen. Want gelijk had ze. Ik hield van orde in de klas en “nee” was consequent “nee”.

Van tijd tot tijd kwamen we elkaar tegen, maar juist toen ik me onlangs al fietsend naar de Deen zomaar opeens zonder aanleiding afvroeg of ze Bergen misschien verlaten had, omdat ik haar lang niet gezien had, kwam ze op de koekjesafdeling opeens in beeld. Dat was toch sterk! We wisselden een praatje-pot en het was meteen vertrouwd en grappig. Ongeveer ter hoogte van de thee vertelde ze dat ze een andere partner had, ook uit “de Veen”. Meteen dacht ik: misschien iemand van de “tech”? Zo noemden de huishoudschoolmeisjes de jongens van de technische school (een onderwijssysteem dat evenmin had mogen verdwijnen). Kortom: ik was weer helemaal terug in dat dorp waar ik met zoveel plezier gedurende tien jaar gewerkt heb. We waren allebei tamelijk gestrest tussen de gespreksstof door onze boodschappen aan het vergaren. “Ben je gelukkig met hem?” vroeg ik en dat bevestigde ze met die stralende lach van dat grietje van vroeger. Met haar hoofd wees ze naar het roomboterbanketeiland tegenover de kaas. “Daar kom je hem tegen,” zei ze, alweer azend op een ander product, terwijl ik langs hem liep. “Dat hebben jullie goed voor elkaar,” knikte ik hem toe. “Ben je zuinig op haar?” En bij het teruglopen, richting kassa: “Je hebt een juweeltje, hoor, altijd al geweest, en ik kan het weten, ik was haar juf. Je boft, ze is lief en kan alles!” En echt, ik zei niets te veel. Janneke kreeg naast míjn lessen o.a. wiskunde, Duits, Engels, naaldvakken, gymnastiek, koken, bakken en informatie over voeding (huishoudkunde). Daarnaast kregen we geen ijsvrij tijdens de winterperiode, maar gingen we met al die meiden schaatsen op de Braassemermeer. Als dat je niet allround vormt…? Haar vriend bevestigde dat, want de vele facetten van Janneke had hij vast en zeker al ondervonden. Een vrolijk momentje, daar in de Deen.

Maar op weg naar huis bedacht ik me, dat ik echt geen woord teveel gezegd had. En ik realiseerde me, dat het geven van onderwijs bijzonder is. Dat je kinderen iets bijbrengt voor de rest van hun leven, hoe belangrijk is dat? Hoe mooi is het een oud-leerling tegen te komen en te kunnen constateren dat je een bescheiden aanzet hebt mogen leveren aan haar ontwikkeling, zodat ze vervolgens een geheel eigen weg kon vinden? Dat dit in het geval van Janneke toch maar mooi heel góed gelukt was. Het onderwijs mag dan niet zo goed betalen, het rendement echter is hoog en dat is niet in geld uit te drukken!  
Deze blog verscheen als column in het Bergens Nieuwsblad van 1 maart 2017 

maandag 30 januari 2017


Poep aan mijn schoen                                                 

Striptekenaar Jan Kruis is 19 januari jongstleden overleden. Waarom ik daar nu opeens aan denk? Omdat ik altijd dacht, dat het met de hondenpoep in onze gemeente best meevalt. Maar donderdag speelde het lot een spelletje met me. Mijn zool was nog niet schoongemaakt of tijdens de volgende wandeling met onze viervoeter was het gelijk weer foute boel. Niet dat het de grote boodschap van mijn eigen hond betrof. Buitengewoon kieskeurig als zij is, legt ze hem onder de struiken of diep langs een sloot, doorgaans niet de plaatsen waar je gemakkelijk doorheen banjert. Bij de tweede keer dat ik dus ontdekte – zoals mijn moeder altijd zei – “dat ik in het geluk getrapt had”, moest ik denken aan Jan Kruis. Was het niet het vriendje van één van zijn kinderen dat altijd “Jeroen, poep aan je schoen” meekreeg? Nu liet ik het volgen op: “Giselle, stomme oen”, daar ik pas achter mijn computer plotseling róók dat ik dit “geluk” op de een of andere manier níet kwijt was… Vreemd, want ik had vroeg in de middag mijn beide zolen toch superschoon geboend?

Onhandig borstelend boven de plee realiseerde ik me, dat we het alledaagse leven toch beter, net als wijlen Jan Kruis, vol humor en zelfreflectie zouden moeten bekijken. Even nam ik dit minitafereeltje onder de loep, zoals hij dat zou doen. Zoiets relativeert enorm. Dus vandaag gingen Hondlief en ik weer vrolijk flink in de benen, dit keer bedacht op smurrie. De zon scheen, de vorst zat nog in de lucht: tijd voor een wandeling naar Bergen via het bos. Ligt het nu aan mij? Of staat de modus van mijn onderbewustzijn als een soort Wensenmagazijn à la mijn dierbare oud-collega-columnist Josje de Klerk nog steeds aan op: “poep aan mijn schoen”? De hondenbelasting is nog niet afgeschaft, of verdorie – het eerste drukwerk van andermans hond ligt al op mijn pad. Het was nog redelijk gemakkelijk onder het struweel te schoppen, iets wat ik in zo’n geval doe. Schoenpunt even schoonvegen aan een graspol en hup, weer verder. Vervolgens zie ik, dat het voetbalveld tegenover de Teun de Jagerschool bevuild is. Daar wordt door de jeugd gesport, dus dan vind ik dat wij, hondenbezitters, verplicht zijn ervoor te zorgen dat kinderen hier niet door ándermans nalatigheid iets kunnen oplopen. Het is zo eenvoudig een paar zakjes bij je te stoppen, dus: inpakken die shit. Lastiger is het dit vrachtje te lossen. In Schoorl heerst een ernstige vuilnisbakkenschaarste. Maar vooruit, zwaar is het niet, dus zit er niets anders op het voorlopig mee te nemen.

Bergen-Centrum. De stoep tegenover “Hotel de Heerlijkheid”. Oeps. Alweer zowat een uitglijder. Wat heb ik toch? Ik staar naar een vers setje uitwerpselen. En natuurlijk heb ik nu geen poepzakje meer. Het risico lopend dat mijn uiterst hygiënisch te werk gaande zwarte schicht zou worden aangezien als de schuldige stoeppoeper loop ik noodgedwongen door. Vreemd eigenlijk, dat in Schoorl en Bergen aan Zee zakjes voor dit doel hangen, maar dat ze in geen velden of wegen te bekennen zijn, als de nood het hoogst is – in het centrum van Bergen. Alsof wij in Schoorl barbaarser zijn… Dit is nog altijd bedoeld, zoals Jan Kruis er wellicht naar zou kijken, trouwens, met humor. Al heb ik voorlopig mijn buik wel vol van de ontlasting van andermans hond. Want hoe dramatisch de politieke staaltjes shit ook zijn op plaatselijk, landelijk en wereldniveau, het blijven toch de kleine dichtbij-huis-dingen waar je dagelijks over struikelt, als je niet uitkijkt. En dáár kunnen we met zijn allen wél iets aan doen, toch? Met overal (grof gezegd) schijt aan hebben, los je per slot echt niets op.

Enige dagen na dit voorgaande geschreven te hebben, pieker ik op de fiets, of ik deze hersenspinsels nu wel moet insturen. Het Dennenlaantje inrijdend via de Noordelijke Nollen zet de late middagzon me opeens vól in het licht. Mijn vrij lange schaduwbeeld fietst verguld recht voor me uit, te bijzonder om niet naar te kijken. Opeens moet ik remmen, mijn adem houd ik in. Vlak voor me zit een dikke, roodkoperen kat. Edgar Allen Poes, de Je-weet-wel-kater van Jan Kruis? Het dier kijkt me aan, geeft me kopjes en verdwijnt dan nuffig, de staart (mét krul) omhoog, in de bosjes, alsof hij zeggen wil: “Pff, mens! Gewoon doen, poep aan je schoen!” Dag Jan Kruis, humorvolle striptekenaar, (levens)kunstenaar, bedankt, rust zacht.   

Anoniem                                                                                 

Het jaar is alweer lekker op dreef. Gelukkig maar, het leven gaat nu eenmaal onder alle omstandigheden gewoon door. Niet dat het altijd zo leuk is. Sommige ontwikkelingen vind ik ronduit zorgwekkend. Dan focus ik me op het goede, een positieve levenshouding brengt ons verder, is mijn stellige overtuiging. En veel loopt gesmeerd, al jaren, zodanig dat we in feite verwend zijn en al struikelen over het minste of geringste dat ons niet zint. Waar mogelijk de humor ervan blijven inzien, is mijn devies.

Met die wetenschap heb ik me in 2016 schrap gezet toen ik gedurende maanden ten minste twee, zo niet meerdere keren per dat gebeld werd door een anonieme beller of misschien wel door meerdere anonieme bellers of via mij volslagen onbekende nummers. Wanneer ik opnam, hoorde ik niets of werd ik in het Engels met een accent toegesproken. Reden om vriendelijk doch beslist op te hangen. En dat, terwijl ik al meerdere keren het gehele menu van het bel-me-niet-register heb doorlopen. Vanaf het moment dat ik me begon te ergeren, zocht ik het mij onbekende nummer op via Google. Tien tegen één dat er waarschuwende berichten over te vinden waren. Best irritant om ten minste 2x per dag gestoord te worden in je werk door de telefoon die je vervolgens moet laten overgaan tot de tegenpartij er klaar mee is. Dat noem ik dus telefoonterreur. Dan verlang ik naar het goede van de oude tijd.

Alsof dat nog niet genoeg was, bleek omstreeks september dat het e-mailadres, dat gekoppeld is aan mijn website, gekaapt is en ja, dát kun je dus niet uitzetten. Zo ontvang ik de hele dag door berichten van mij onbekende zielen met allerlei exotische namen, via mijn aan mijn eigennaam gebonden e-mailadres. Mijn mailbox stroomt dus over en het vervelende is, dat je toch al die berichten snel even moet scannen, want er kan iemand werkelijk informatie bij je willen opvragen over je boeken of werkzaamheden. Dat kost tijd. Ik vermoed dat het om één en dezelfde persoon gaat die mijn adres verbindt aan honderden nepbedrijven en/of zogenaamde financiële hulpverleners, die wel allemaal gemeen hebben dat ze mij willen verleiden een link te openen, natuurlijk met allerlei gevolgen van dien. Een paar keer per dag, als ik mijn aandacht dien te richten op het verwijderen van die berichten, verlang ik dus naar ál het goede van de oude tijd. Het kost me soms alles bij elkaar een uur. Dat is diefstal!

Onlangs bekeek ik toch eens wat mij zoal via mijn info@adres werd aangeboden. Van oogdruppels tot houtbewerkingsprojecten, een haaientank om binnen een week mijn vet mee te verbranden tot mijn gewenste gewicht, een wonder-anti-obesitasdrankje, dan wel iets om op eenvoudige wijze mijn batterijen te vernieuwen. Nu kon ik in die periode wel wat extra energie gebruiken, alleen al door de immense nonsens die de revue passeerde. Zouden er nu werkelijk mensen zijn die denken dat anderen hier behoefte aan hebben? Dan zwijg ik nog over de seksualiteit bevorderende zooi die me werd aangeboden, echt heren, dingen die ik u met de beste wil van de wereld niet zou willen aandoen, maar die me doet vermoeden dat wereldprobleem nummer één toch wel te maken heeft met erectieproblemen. En alles in dat Engels: “How my ex would crawl back to me” (Viviana), “How my husband would be hard all night” (Mildred) – dat bedoel ik dus, heren, die Mildred! Je moet er toch niet aan denken! – of, ook leuk getoonzet: “How to get him a stiffy” (Kelly) of “How to get your husband’s equipment better” (Jayden). Tragisch! In meerdere opzichten, als u begrijpt wat ik bedoel. Ook hier ben ik helemaal klaar mee. Het valt niet meer te ontkennen: ik verlang naar die goede oude tijd.

Het positieve? Het schijnt niet te liggen aan mijn al enigszins vorderende leeftijd. Je hoort het brommen bij alle generaties. Nu ben ik dus héél benieuwd wat de techniek voor ons in petto heeft om op eenvoudige wijze te kunnen ontkomen aan de frustraties van anderen die jou daarmee lastig vallen. Eén maatregel hebben wij zelf genomen. We hebben sinds kort een geheim nummer. Nu ben ik zélf een anonieme beller… En opgelet: inmiddels werkt mijn website www.giselle-ecury.nl weer met een contactformulier, info@giselle-ecury.nl is afgesloten.
 
 

Samen op weg in 2017                                                                                        

De klassieker “Alleen op de wereld”, van de auteur Hector Malot, is verfilmd en was te zien op de tv. Onze streekgenote Mieke de Jong werkte mee aan het scenario. Als kind las ik de versie die mijn moeder in 1933 als 10-jarig meisje gekregen en stuk gelezen had. Het is de volledige uitgave met “48 illustratiën van Tj. Bottema en J.W.M. Wins”, uitgebracht door uitgeverij P.D. Bolle te Rotterdam, lees ik, de 19e (!) druk van een nieuwe bewerking door J.M. Bloemink-Lugten en F.H.N. Bloemink. Dat moet Bergenaren aanspreken, want iedereen herinnert zich dokter Lugten, de huisarts, nog wel. Ik doe dat en kan hem nog uittekenen. Zou mevrouw Bloemink een tante van hem geweest zijn?

Naar de televisieafleveringen kon ik niet kijken. Misschien wílde ik er niet naar kijken. Bij het originele verhaal fantaseerde ik eigen beelden. Als ik daaraan terugdenk, zie ik de oude Vitalis zó voor me, hoe hij zich ontfermde over de jongen die alleen was op de wereld. Het kind Remi, de honden die zich bij hen aansloten. Dit heeft er zeker voor gezorgd, dat ik in honden een grenzeloos vertrouwen kreeg en ervan droomde ze zélf te hebben. Een droom die uitkwam, de volgers van mijn columns weten dat. Inmiddels dwaal ik (na 4 labradors) met een zwerfhond langs onze dreven en door ons mooie bos. Nee, die eigen fantasiebeelden wil ik niet loslaten. Het liefste zou ik het boek met de zwaar vergeelde bladzijden weer eens lezen in de Nederlandse taal van toen. 1933, een cruciaal jaar voor de wereldgeschiedenis.

Wie had toen durven denken dat tegenwoordig de naam van de eenzame Remi wel eens wordt gebruikt als scheldwoord? Wellicht zal dit, na deze serie gezien te hebben, níet meer gebeuren. Toch schoot het oneerbiedig door me heen, toen ik onlangs midden op de dag door Bergen wandelde, op de stoep voor de Vanilia-winkel. Zo’n vijf meter vóór me liepen twee veertigers, vriendinnen, zo te zien. Ze waren in gesprek, leken de tegemoetkomende oudere dame te zien, maar weken niet uit: de links lopende vrouw botste met haar schouder flink tegen die van de tengere tegenligger. Au. Het tweetal werd boos, terwijl de dame verschrikt opkeek en er terecht geïrriteerd iets van zei. Het had geen effect. Dus knoopte ik een gesprekje met haar aan. We waren het erover eens: het is onvoorstelbaar dat mensen van alle leeftijden tegenwoordig stug met zijn tweeën naast elkaar blijven doorlopen, met als lichaamstaal: “Ik heb het recht hier te lopen en dat blijf ik doen, zoek jij het zelf maar uit.” Als je dat daadwerkelijk doet zonder uit te wijken, is Leiden in last. Hoe moeilijk kan het zijn even “in te dikken”, zodat er plaats is voor drie of vier? Een vriendelijk contactmoment zal volgen, waarbij alle partijen uitstralen: we zien elkaar, geen probleem, samen komen we er wel! Of zelfs: “Jij mag eerst!” Hoe veel leuker is dit, dan het stuurse doorstampen met een hardhandige aanvaring? Waarom gebeurt dit dan toch zo vaak? Ook mij overkomt het, zelfs in het bos, waarbij ik dan door de tegenliggers soms de blubber in gedwongen word, omdat zij te beroerd zijn hun eigen ritme te doorbreken en me anders platwalsen, omver maaien met hun prikstokken. Nu evalueerden de oudere mevrouw en ik in harmonie met elkaar het gebeurde. We waren het erover eens, dat zelfs fietsers per se naast elkaar moeten blijven rijden als ze inhalen of als er een tegenligger aankomt. Waar zijn de beleefdheidsvormen gebleven? Is het echt de bedoeling dat het recht van de sterkste niet alleen in de jungle geldt, maar ook op de openbare weg van het rijke westen? In een gat als Bergen? En dat jij, als underdog, dan de straat op gedwongen wordt, voor “de leeuwen” geworpen, wanneer stoep of fietspad voor drie personen te smal is? Is dit het nieuwe “gebruik maken van de openbare ruimte”? Dan ken ik leukere manieren, zodat je anderen het gevoel geeft ertoe te doen. Een positieve impuls als oogcontact met passanten, een glimlach, de ander voorrang verlenen op kritieke momenten, heelt de wereld, i.t.t. hotsend en botsend door te hobbelen. Neem dan mijn gedroomde, betrouwbare hond, wanneer we al ballend tegenliggers ontmoeten. “We moeten wachten!” roep ik en zie, ze wijkt uit en houdt haar bal vast tot het tweetal gepasseerd is. Gegarandeerd volgt een big smile. Samen op deze wereld is leuker. De eerste maand van 2017 zit erop. Laten we van de rest mooie maanden maken.
 

Oud op hout: 1933-2017, bijna 85 jaar geleden werd dit boek voor het eerst gelezen...
 

Windmills of your mind                                                                                      

Januari is alweer voorbij. De donkere dagen voor kerstmis liggen vers in het geheugen, mede doordat het weer opeens versomberd is. Mijn moeder werd daar altijd wat weemoedig en melancholiek van. De minder fraaie gebeurtenissen en voorvallen passeerden dan bij haar de revue en ze zuchtte wat vaker. Ja, zo’n heel jaar is dan opeens aan het voorbijgaan en te snel zijn die eerste weken ook vervlogen. Narigheid onthouden mensen vaak beter dan blije gebeurtenissen. Misschien omdat verdriet er op de een of andere manier dieper op inhakt. 

Zelf heb ik veel moeite met onrechtvaardigheid, wellicht omdat hier het lot niet de overhand in heeft. Onrecht vraagt om mensenwerk en vileine timing. Eerlijkheid is een groot goed. Door ón-eerlijkheid kunnen mensen je veel aandoen, vanwege grote ego’s, jaloezie, nijd, of zelfs angst. Of juist uit een gebrek aan compassie, deemoed en onbaatzuchtige liefde. Dat kan veel leed of stress veroorzaken. Terwijl we meestal allemaal zonder erom te vragen sowieso al porties leed krijgen toebedeeld.

Zo heeft zich in onze lieflijke dorpen anno 2016 ook weer genoeg voorgedaan. Dat kan bijna niet anders. Een jaar is lang en dus kan er van alles gebeuren. Soms ben je voordat je het weet verzeild geraakt in een conflict. Hoe mooi zou het zijn wanneer mensen juist in die donkere dagen milder werden, hun (probleem met) macht aan de wilgen zouden hangen, om zo met dat beetje geluk te strooien, waaraan we allemaal behoefte hebben.

Voorlopig hebben in december alleen de blije Pieten rondom Sinterklaas en zijn schimmel volop gestrooid en mijn hond had derhalve het geluk wat klef geregende pepernoten te vinden die zij vrolijk kwispelend van de straat likte. Het principe van gelukkig maken is eigenlijk net zo eenvoudig als in deze alinea omschreven. Soms heb je er totaal geen erg in dat je spontaan iets doet, waar anderen blij van worden, mits je het doet met positieve intenties. Zo werd ik eens erg blij toen ik op een zaterdag langs de mooie molen van Schoorl liep. De wieken waren met vlaggetjes versierd, de nationale driekleur wapperde in de wind en de vrouwelijke molenaarsleerling  zette een taart op de buiten neergezette tafel, waaromheen diverse stoelen stonden. Hier ging duidelijk iets gevierd worden, naar ik later begreep was dat de verjaardag van de meester-molenaar. Maar terwijl ik er alleen maar langsliep raapte ik iets van dat rond draaiende geluk op, want hoe bijzonder is het dat er nog altijd ook jonge mensen zijn die in hun vrije tijd een jarenlange opleiding volgen om onze eeuwenoude monumentale molens in functie te houden? Los van het feit dat de vrolijkheid ervan afspatte, iets waaraan ik juist gedurende donkere dagen behoefte heb.
Dus op de terugweg liep ik er weer langs om nog wat van dat geluk zomaar op te kunnen vangen. Er werd gespeecht, een heel gezelschap luisterde, klapte na afloop om de feestvreugde te verhogen en enkelen zwaaiden ook naar mij, naar zomaar een passant. En ik dacht: sommigen krijgen dan misschien een klap van de molen, maar je kunt er ook wat lichter van worden, alsof de vrijkomende wind jou zoevend even een zetje geeft in de goede richting, op weg naar alweer een nieuw jaar, het zoveelste op rij, 2017, het millennium op drift. Eigenlijk zou iedereen – vooral in deze periode – open moeten staan voor juist de vrolijkheid die soms voor het grijpen ligt. Moeten we zelf niet ook gepavoiseerd en wel door het leven te wieken, net als die molen in feestelijke stand? Alle akkefietjes opvegen, bij het grof vuil zetten en léven? Zijn we het niet verplicht aan alle mensen die ziek zijn, of die een ander tragisch lot moesten ondergaan? Of aan hen die terecht zijn gekomen in ambtelijke molens die niet meer zijn te stuiten omdat de wind uitsluitend geblokkeerd wordt?

Dan liever “the windmills of your mind”, een gouden liedje waarvan ik me de versie van de blinde José Feliciano uit 1969 nog goed herinner: Like a clock whose hands are sweeping past the minutes of its face, and the world is like an apple whirling silently in space, like the circles that you find in the windmills of your mind!
Nu is januari al bijna voorbij. Laten we onze eigen gedachten sturen door af en toe aandacht te hebben voor kleine dingen om te voorkomen dat we met zijn allen doordraaien…  

De Schoorler molen in de zomer
aan het einde van de middag
Deze column verscheen - iets anders van opzet - in december 2016 in het Bergens Nieuwsblad


woensdag 23 november 2016


Made in Schoorl                                                                                         

Bérgen het kunstenaarsdorp is binnen onze gemeente? Grootse scheppers verblijven en creëren echter net zo goed (en gráág) binnen de dorpsgrenzen van het mooie, pure Schoorl. Of deden dat, zoals bijvoorbeeld de onvergetelijke inwoonster Hanny Alders, ons helaas ontvallen in 2010, en de in 2012 overleden auteur J. Bernlef. Beiden schrijvers, omdat ik me bij hen nu eenmaal thuis voel. Heel wat woorden werden hier te boek gesteld, door menig auteur. Diverse andere schone kunstvormen vonden hier tevens het levenslicht.

Onlangs mocht ik volkomen onverwacht een blik werpen in het nieuwe theater dat Schoorl rijk is. Onthoud dit, want anders rijdt u er duizend keer in véél te snel tempo via de Voorweg aan voorbij. Zonde! Even de gemeentekranten in de gaten houden en de haastige spoed doorbreken. Dit theater bevindt zich in de voormalige basisschool de “Oosterkim” en heeft zelfs bij gewoon, vol elektrisch licht iets magisch. Muren vol vlinders, oranje stoelen – echt pluche – en ook nog zodanig opgesteld, dat zelfs de kleinsten een mooi zicht houden op het podium. Gordijnen, belichting. Wat zal een voorstelling daar ons raken...

Drijvende krachten zijn meester-poppenspeler Ila van der Pouw en haar partner Rob Bloemkolk. Schoorlaars. Op dit moment bereiden ze een bijzondere voorstelling voor, maar dat zijn eigenlijk alle producties van Ila. Eén blik op haar website is voldoende om dat te concluderen. Wat deze keer echter zorgt voor extra opwinding is, dat Ila de rechten heeft verworven voor het maken van een theaterstuk rondom “De Grote Vriendelijke Reus”, kortweg “De GVR” naar het meesterwerk van Roald Dahl. Juist. Dé Roald Dahl. En die rechten worden dus echt niet zomaar aan iedereen toegekend. Begrijp me goed: gratis krijg je ze evenmin. Maar met Ila’s talent zal ook deze keer iets worden neergezet, waarover je nog lang kan, mag en wil nadenken en praten, of je nu kind bent of ruimschoots volwassen. Ila heeft nl. al diverse prijzen gewonnen of werd daar tenminste voor genomineerd, ook buiten onze landsgrenzen en buiten Europa. Wat is ze een gewoon aardig mens gebleven! Haar poppen zijn prachtig en meestal zelfgemaakt. Menshoog, levensecht. Op haar website zegt ze daarover: “Om dat voor elkaar te krijgen moet je geloven dat je poppen je werkelijk iets te vertellen hebben. Je moet ze zelf ook geloven.” En zo is het, dit raakt me, zo werkt de creatieve geest, het is herkenbaar voor de meeste kunstenaars binnen elke kunstvorm.

Vandaag houd ik het dicht bij haar, omdat dit stukje anders zou uitpuilen en de kans desondanks groot is, dat ik mensen zal passeren, wat de bedoeling niet is. Wel vind ik het op zijn plaats de werkzaamheden van Rob Bloemkolk niet onvermeld te laten. Misschien herinnert u zich nog zijn messcherpe analyses in zijn columns in het helaas verdwenen blad “Villages”. Hij is in de televisiewereld zeker geen onbekende: onder meer “De Val van Aantjes” (2013) zal u nog in het geheugen liggen. Een juweeltje was ook “Beet” (VPRO Cinema, 2003), een dialoogloze korte film, waar hij het scenario voor schreef met Annemarie van de Mond, binnenkort te zien op het Nederlands Film Festival, als ik het wel heb. Het theater is hem eveneens niet vreemd: “Het mysterie van Villa Fantoom” (2009). En terwijl ik dit stukje schrijf, schijnt hij net weer teruggekomen te zijn van “drie dagen eindregie en twee nachten herschrijven van scènes” voor nieuw en ander werk. Die drukte vraagt om de gok hem mijn artikel niet te laten lezen. Zelfoverschatting? Zou hij het liefst alles herschrijven?  

Via Google lees ik dat de première van “De GVR” plaatsvindt in De Vest in Alkmaar op 25 september, de try-out voor scholen in ons eigen Schoorlse Theater aan De Kim. Jeetje, was ik nog maar leerling… Dan zou ik kunnen zien hoe de Reus onder regie van – ook al zo’n grootheid – Neville Tranter (Amsterdam, sinds 1978) de kleine Sofie uit een weeshuis haalt en meeneemt naar zijn grot, waar duizenden dromen in glazen potjes wachten. Sofie overwint haar angst voor de reus en stapt vol verwondering zijn wereld in, al liggen er ook gevaren op de loer. Ik weet zeker dat Ila van der Pouw iedereen zal betoveren! Enne: alles is made in Schoorl, hè. Stipje op de kaart van Nederland. Groots. Of u het zich even goed wilt realiseren.

Foto: Website Ila van der Pouw
In een andere productie, één met haar poppen, dat is hier goed te zien :-)