woensdag 23 november 2016


Made in Schoorl                                                                                         

Bérgen het kunstenaarsdorp is binnen onze gemeente? Grootse scheppers verblijven en creëren echter net zo goed (en gráág) binnen de dorpsgrenzen van het mooie, pure Schoorl. Of deden dat, zoals bijvoorbeeld de onvergetelijke inwoonster Hanny Alders, ons helaas ontvallen in 2010, en de in 2012 overleden auteur J. Bernlef. Beiden schrijvers, omdat ik me bij hen nu eenmaal thuis voel. Heel wat woorden werden hier te boek gesteld, door menig auteur. Diverse andere schone kunstvormen vonden hier tevens het levenslicht.

Onlangs mocht ik volkomen onverwacht een blik werpen in het nieuwe theater dat Schoorl rijk is. Onthoud dit, want anders rijdt u er duizend keer in véél te snel tempo via de Voorweg aan voorbij. Zonde! Even de gemeentekranten in de gaten houden en de haastige spoed doorbreken. Dit theater bevindt zich in de voormalige basisschool de “Oosterkim” en heeft zelfs bij gewoon, vol elektrisch licht iets magisch. Muren vol vlinders, oranje stoelen – echt pluche – en ook nog zodanig opgesteld, dat zelfs de kleinsten een mooi zicht houden op het podium. Gordijnen, belichting. Wat zal een voorstelling daar ons raken...

Drijvende krachten zijn meester-poppenspeler Ila van der Pouw en haar partner Rob Bloemkolk. Schoorlaars. Op dit moment bereiden ze een bijzondere voorstelling voor, maar dat zijn eigenlijk alle producties van Ila. Eén blik op haar website is voldoende om dat te concluderen. Wat deze keer echter zorgt voor extra opwinding is, dat Ila de rechten heeft verworven voor het maken van een theaterstuk rondom “De Grote Vriendelijke Reus”, kortweg “De GVR” naar het meesterwerk van Roald Dahl. Juist. Dé Roald Dahl. En die rechten worden dus echt niet zomaar aan iedereen toegekend. Begrijp me goed: gratis krijg je ze evenmin. Maar met Ila’s talent zal ook deze keer iets worden neergezet, waarover je nog lang kan, mag en wil nadenken en praten, of je nu kind bent of ruimschoots volwassen. Ila heeft nl. al diverse prijzen gewonnen of werd daar tenminste voor genomineerd, ook buiten onze landsgrenzen en buiten Europa. Wat is ze een gewoon aardig mens gebleven! Haar poppen zijn prachtig en meestal zelfgemaakt. Menshoog, levensecht. Op haar website zegt ze daarover: “Om dat voor elkaar te krijgen moet je geloven dat je poppen je werkelijk iets te vertellen hebben. Je moet ze zelf ook geloven.” En zo is het, dit raakt me, zo werkt de creatieve geest, het is herkenbaar voor de meeste kunstenaars binnen elke kunstvorm.

Vandaag houd ik het dicht bij haar, omdat dit stukje anders zou uitpuilen en de kans desondanks groot is, dat ik mensen zal passeren, wat de bedoeling niet is. Wel vind ik het op zijn plaats de werkzaamheden van Rob Bloemkolk niet onvermeld te laten. Misschien herinnert u zich nog zijn messcherpe analyses in zijn columns in het helaas verdwenen blad “Villages”. Hij is in de televisiewereld zeker geen onbekende: onder meer “De Val van Aantjes” (2013) zal u nog in het geheugen liggen. Een juweeltje was ook “Beet” (VPRO Cinema, 2003), een dialoogloze korte film, waar hij het scenario voor schreef met Annemarie van de Mond, binnenkort te zien op het Nederlands Film Festival, als ik het wel heb. Het theater is hem eveneens niet vreemd: “Het mysterie van Villa Fantoom” (2009). En terwijl ik dit stukje schrijf, schijnt hij net weer teruggekomen te zijn van “drie dagen eindregie en twee nachten herschrijven van scènes” voor nieuw en ander werk. Die drukte vraagt om de gok hem mijn artikel niet te laten lezen. Zelfoverschatting? Zou hij het liefst alles herschrijven?  

Via Google lees ik dat de première van “De GVR” plaatsvindt in De Vest in Alkmaar op 25 september, de try-out voor scholen in ons eigen Schoorlse Theater aan De Kim. Jeetje, was ik nog maar leerling… Dan zou ik kunnen zien hoe de Reus onder regie van – ook al zo’n grootheid – Neville Tranter (Amsterdam, sinds 1978) de kleine Sofie uit een weeshuis haalt en meeneemt naar zijn grot, waar duizenden dromen in glazen potjes wachten. Sofie overwint haar angst voor de reus en stapt vol verwondering zijn wereld in, al liggen er ook gevaren op de loer. Ik weet zeker dat Ila van der Pouw iedereen zal betoveren! Enne: alles is made in Schoorl, hè. Stipje op de kaart van Nederland. Groots. Of u het zich even goed wilt realiseren.

Foto: Website Ila van der Pouw
In een andere productie, één met haar poppen, dat is hier goed te zien :-)


Ze hoeven niet altijd mooi te zijn, visioenen. Er zijn veel definities van te vinden via Google. De eenvoudigste verklaring is “droombeeld”. Wat indrukwekkender vind ik “een innerlijk gezicht van profetische of mystieke aard, dat als iets bovennatuurlijks, in een toestand van extase, trance of droom ervaren wordt”. Een andere uitleg voegt daar nog aan toe dat zo’n beeld een boodschap of voorspelling bevat. Iemand die zo vaak ver in de toekomst kon kijken, was de welbekende Franse Nostradamus. Althans, dat zeggen zijn aanhangers. Hij werd geboren in Saint-Rémy de Provence in 1503 en overleed in Salon de Provence in 1566. Langs zijn huis ben ik herhaaldelijk gelopen. Toch indrukwekkend, het geboortehuis van zo’n man over wie eeuwen later nog wordt gesproken en van wie zijn werk van tijd tot tijd opnieuw uitgebracht wordt, vertaald en wel. Hij schreef zijn Profetieën in 1555: de Wereldoorlogen, de praktijken van Hitler en Napoleon, het communisme, en zelfs het terrorisme in Europa. Niet mooi dus. En een gevoel van machteloosheid zal hem beslist overvallen hebben.

In Bergen hebben we de afgelopen herfstvakantie heel wat visioenen van veel kunstenaars kunnen bewonderen of gewoon onbevooroordeeld kunnen aanschouwen of ervaren. Een mooi thema, al vond ik veel van de werken die ik zoal zag er niet echt in thuishoren. Maar misschien zal pas over een jaar of over een eeuw blijken, dat het destijds in oktober 2016 weldegelijk ging om echte visioenen.

Zo bleek ik bij het schrijven van mijn roman “Erfdeel” tussen 1995 en 2005 regelmatig in trance verkeerd te hebben. Niet dat ik gedurende tien aaneengesloten jaren aan dit boek werkte. Integendeel. In die periode verhuisde ik zelf 4x en hielp ik mijn moeder 2x verhuizen, werd zij uiteindelijk zeer dement en stierf ze in 2004. Overigens herinner ik me nu opeens dat ik over haar wel eens een echt visioen gehad heb. Het moet 1978 geweest zijn, ik woonde nog op kamers in Den Haag, werkte in het onderwijs en luisterde bij toeval op een vrije middag naar een radioprogramma, dat uitgezonden werd vanuit een verpleeghuis. Plotseling moest ik erg huilen, móest ik mijn moeders stem even horen, dus belde ik haar op. Ze vroeg wat er was. Mijn relaas eindigde ik, wederom in tranen, met de woorden: “Het lijkt me zó verschrikkelijk, dat juist jou zoiets overkomt…” Natuurlijk riep ze uit, dat haar dat helemaal niet ging gebeuren. Toch was het zo, 20 jaar later was het een feit.

Bij bepaalde passages tijdens het schrijven moet ik haast wel af en toe even van de wereld geraakt zijn. Mensen wijzen me soms op fragmenten die ik niet meteen herken. Laatst heb ik daarom toch maar weer eens een boek van mezelf herlezen, een gekke gewaarwording. Want zo’n kleine tien jaar na het schrijven van “Erfdeel” bleek de daarin omschreven dood van de hond van het hoofdpersonage, Carmen, bij toeval enorm overeen te komen met de manier waarop ik onze zwarte Molly in 2014 met behulp van dierenarts Maaike thuis heb moeten laten inslapen. Het was eind juli, niet bepaald de tijd van de vergeet-mij-nieten, toen ik haar as begroef onder een hortensia, de schaduwrijke plaats waarvandaan ze mij het liefste observeerde, wanneer ik onkruid wiedde of blad harkte. In het voorjaar van 2015 kwamen ze rondom haar overal op, dicht op elkaar, de kleine blauwe bloemetjes die me lieten weten wat ik toch al wist: dat ik dit trouwe dier nooit zou kunnen vergeten. Carmen had ze daar denk ik over haar uitgestrooid… Daarnaast is de scène waarin Carmen op Aruba haar geboortehuis terugziet precies gelijk aan mijn eigen ervaring in 2009 bij het weerzien van het huis uit mijn jeugd aldaar. Zodoende heeft de huidige bewoner van binnenuit een prachtige foto van een glas-in-loodraam kunnen maken, die nu prijkt op mijn roman “Glas-in-lood”.  

 

Over die straks ontboste duinen heb ik óók al visioenen gehad. Sindsdien overvalt me de machteloosheid. Want alles ligt toch al vast… Het gaat natuurlijk gewoon dóór of we dat nu willen of niet. Maar verzwakt straks dat losse zand onze zeewering niet ernstig, terwijl het water aan het wassen is? Honderd jaar oude boomwortels houden de boel toch beter “dijkvast”, lijkt mij, dan dat onooglijke, oorspronkelijke duinorchideetje, dat Staatsbosbeheer wil terugkweken? 

https://1.bp.blogspot.com/-RPJGOfwVHno/WDXT5yEJvpI/AAAAAAAAAA0/7_DNB8kIRiI8WWhnaR5jE4catnKKUv3ewCLcB/s320/Herfst%2B31%2Bokt%2B7.jpg