maandag 30 januari 2017


Samen op weg in 2017                                                                                        

De klassieker “Alleen op de wereld”, van de auteur Hector Malot, is verfilmd en was te zien op de tv. Onze streekgenote Mieke de Jong werkte mee aan het scenario. Als kind las ik de versie die mijn moeder in 1933 als 10-jarig meisje gekregen en stuk gelezen had. Het is de volledige uitgave met “48 illustratiën van Tj. Bottema en J.W.M. Wins”, uitgebracht door uitgeverij P.D. Bolle te Rotterdam, lees ik, de 19e (!) druk van een nieuwe bewerking door J.M. Bloemink-Lugten en F.H.N. Bloemink. Dat moet Bergenaren aanspreken, want iedereen herinnert zich dokter Lugten, de huisarts, nog wel. Ik doe dat en kan hem nog uittekenen. Zou mevrouw Bloemink een tante van hem geweest zijn?

Naar de televisieafleveringen kon ik niet kijken. Misschien wílde ik er niet naar kijken. Bij het originele verhaal fantaseerde ik eigen beelden. Als ik daaraan terugdenk, zie ik de oude Vitalis zó voor me, hoe hij zich ontfermde over de jongen die alleen was op de wereld. Het kind Remi, de honden die zich bij hen aansloten. Dit heeft er zeker voor gezorgd, dat ik in honden een grenzeloos vertrouwen kreeg en ervan droomde ze zélf te hebben. Een droom die uitkwam, de volgers van mijn columns weten dat. Inmiddels dwaal ik (na 4 labradors) met een zwerfhond langs onze dreven en door ons mooie bos. Nee, die eigen fantasiebeelden wil ik niet loslaten. Het liefste zou ik het boek met de zwaar vergeelde bladzijden weer eens lezen in de Nederlandse taal van toen. 1933, een cruciaal jaar voor de wereldgeschiedenis.

Wie had toen durven denken dat tegenwoordig de naam van de eenzame Remi wel eens wordt gebruikt als scheldwoord? Wellicht zal dit, na deze serie gezien te hebben, níet meer gebeuren. Toch schoot het oneerbiedig door me heen, toen ik onlangs midden op de dag door Bergen wandelde, op de stoep voor de Vanilia-winkel. Zo’n vijf meter vóór me liepen twee veertigers, vriendinnen, zo te zien. Ze waren in gesprek, leken de tegemoetkomende oudere dame te zien, maar weken niet uit: de links lopende vrouw botste met haar schouder flink tegen die van de tengere tegenligger. Au. Het tweetal werd boos, terwijl de dame verschrikt opkeek en er terecht geïrriteerd iets van zei. Het had geen effect. Dus knoopte ik een gesprekje met haar aan. We waren het erover eens: het is onvoorstelbaar dat mensen van alle leeftijden tegenwoordig stug met zijn tweeën naast elkaar blijven doorlopen, met als lichaamstaal: “Ik heb het recht hier te lopen en dat blijf ik doen, zoek jij het zelf maar uit.” Als je dat daadwerkelijk doet zonder uit te wijken, is Leiden in last. Hoe moeilijk kan het zijn even “in te dikken”, zodat er plaats is voor drie of vier? Een vriendelijk contactmoment zal volgen, waarbij alle partijen uitstralen: we zien elkaar, geen probleem, samen komen we er wel! Of zelfs: “Jij mag eerst!” Hoe veel leuker is dit, dan het stuurse doorstampen met een hardhandige aanvaring? Waarom gebeurt dit dan toch zo vaak? Ook mij overkomt het, zelfs in het bos, waarbij ik dan door de tegenliggers soms de blubber in gedwongen word, omdat zij te beroerd zijn hun eigen ritme te doorbreken en me anders platwalsen, omver maaien met hun prikstokken. Nu evalueerden de oudere mevrouw en ik in harmonie met elkaar het gebeurde. We waren het erover eens, dat zelfs fietsers per se naast elkaar moeten blijven rijden als ze inhalen of als er een tegenligger aankomt. Waar zijn de beleefdheidsvormen gebleven? Is het echt de bedoeling dat het recht van de sterkste niet alleen in de jungle geldt, maar ook op de openbare weg van het rijke westen? In een gat als Bergen? En dat jij, als underdog, dan de straat op gedwongen wordt, voor “de leeuwen” geworpen, wanneer stoep of fietspad voor drie personen te smal is? Is dit het nieuwe “gebruik maken van de openbare ruimte”? Dan ken ik leukere manieren, zodat je anderen het gevoel geeft ertoe te doen. Een positieve impuls als oogcontact met passanten, een glimlach, de ander voorrang verlenen op kritieke momenten, heelt de wereld, i.t.t. hotsend en botsend door te hobbelen. Neem dan mijn gedroomde, betrouwbare hond, wanneer we al ballend tegenliggers ontmoeten. “We moeten wachten!” roep ik en zie, ze wijkt uit en houdt haar bal vast tot het tweetal gepasseerd is. Gegarandeerd volgt een big smile. Samen op deze wereld is leuker. De eerste maand van 2017 zit erop. Laten we van de rest mooie maanden maken.
 

Oud op hout: 1933-2017, bijna 85 jaar geleden werd dit boek voor het eerst gelezen...
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen