zaterdag 18 maart 2017


Janneke

Enige tijdgeleden doorkruiste ik supermarkt Deen en kwam ik tot mijn blijdschap mijn oud-leerlinge Janneke tegen. Als lerares handenarbeid, tekenen en gezondheidskunde (het vak dat kort tevoren nog gewoon kinderverzorging en -opvoeding heette) was ik verbonden aan een school voor Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs in het dorp Roelofarendsveen, “onder Schiphol” en niet ver van Leiden. Een schoolsysteem dat nooooooit had mogen verdwijnen en een leerling, zoals je er twintig in een dozijn zou willen. Hoezo kleinere klassen? Direct na de basisschool stroomde zij in en gedurende vier jaar volgde ik haar ontwikkeling en vorderingen en zij mijn lessen, wellicht met net wat minder plezier, maar ja..., school blijft altijd school.

We hebben het hier over lang geleden, toen ik veel jonger was dan Janneke nu. Haar ontmoette ik vele jaren na die periode in Bergen, toen ik daar fitnessinstructeur was in De Beeck en terwijl ik dit typ, realiseer ik me, dat het wel bijzonder is, dat ik Janneke zoveel onder mijn hoede mocht instrueren. Het duurde destijds even voordat ik haar überhaupt herkende, al had ze vanaf dat ze begon met fitnessen iets over zich dat me vaag vertrouwd voorkwam. Toen ik op een dag toch eens keek hoe haar achternaam luidde, viel het muntje en vroeg ik haar of ze uit Roelofarendsveen kwam. Ze knikte bevestigend en zei, dat ook ik wel iets had dat haar aan iemand herinnerde. Zodra ik mij bekendmaakte, lachte ze en riep ze al cardio trainend op het stepapparaat: “Oooo, ja, juf Ecury! Streng maar rechtvaardig!” En we moesten hartelijk lachen. Want gelijk had ze. Ik hield van orde in de klas en “nee” was consequent “nee”.

Van tijd tot tijd kwamen we elkaar tegen, maar juist toen ik me onlangs al fietsend naar de Deen zomaar opeens zonder aanleiding afvroeg of ze Bergen misschien verlaten had, omdat ik haar lang niet gezien had, kwam ze op de koekjesafdeling opeens in beeld. Dat was toch sterk! We wisselden een praatje-pot en het was meteen vertrouwd en grappig. Ongeveer ter hoogte van de thee vertelde ze dat ze een andere partner had, ook uit “de Veen”. Meteen dacht ik: misschien iemand van de “tech”? Zo noemden de huishoudschoolmeisjes de jongens van de technische school (een onderwijssysteem dat evenmin had mogen verdwijnen). Kortom: ik was weer helemaal terug in dat dorp waar ik met zoveel plezier gedurende tien jaar gewerkt heb. We waren allebei tamelijk gestrest tussen de gespreksstof door onze boodschappen aan het vergaren. “Ben je gelukkig met hem?” vroeg ik en dat bevestigde ze met die stralende lach van dat grietje van vroeger. Met haar hoofd wees ze naar het roomboterbanketeiland tegenover de kaas. “Daar kom je hem tegen,” zei ze, alweer azend op een ander product, terwijl ik langs hem liep. “Dat hebben jullie goed voor elkaar,” knikte ik hem toe. “Ben je zuinig op haar?” En bij het teruglopen, richting kassa: “Je hebt een juweeltje, hoor, altijd al geweest, en ik kan het weten, ik was haar juf. Je boft, ze is lief en kan alles!” En echt, ik zei niets te veel. Janneke kreeg naast míjn lessen o.a. wiskunde, Duits, Engels, naaldvakken, gymnastiek, koken, bakken en informatie over voeding (huishoudkunde). Daarnaast kregen we geen ijsvrij tijdens de winterperiode, maar gingen we met al die meiden schaatsen op de Braassemermeer. Als dat je niet allround vormt…? Haar vriend bevestigde dat, want de vele facetten van Janneke had hij vast en zeker al ondervonden. Een vrolijk momentje, daar in de Deen.

Maar op weg naar huis bedacht ik me, dat ik echt geen woord teveel gezegd had. En ik realiseerde me, dat het geven van onderwijs bijzonder is. Dat je kinderen iets bijbrengt voor de rest van hun leven, hoe belangrijk is dat? Hoe mooi is het een oud-leerling tegen te komen en te kunnen constateren dat je een bescheiden aanzet hebt mogen leveren aan haar ontwikkeling, zodat ze vervolgens een geheel eigen weg kon vinden? Dat dit in het geval van Janneke toch maar mooi heel góed gelukt was. Het onderwijs mag dan niet zo goed betalen, het rendement echter is hoog en dat is niet in geld uit te drukken!  
Deze blog verscheen als column in het Bergens Nieuwsblad van 1 maart 2017 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen